Ledenraadslid en regiovoorzitter Jos de Boer

‘Ik geniet ervan als anderen met hun sport bezig kunnen zijn’

Zo’n 25 jaar geleden rolde hij via de manege van zijn vrouw de paardenwereld in en nu, met zo’n twee decennia aan bestuurservaring, geldt Jos de Boer, regiovoorzitter van de KNHS Regio Friesland en als zodanig ledenraadslid, als een rot in het vak. De 49-jarige De Boer is aan het einde van zijn bestuurstermijn, maar een versmelting van de KNHS en de FNRS staat nog hoog op zijn verlanglijstje.

‘Paarden hadden op mij als kleine jongen al aantrekkingskracht’

‘Ik ben opgegroeid in de stad Bolsward en ben een echte stadsjongen. Mijn familie heeft me weleens verteld dat de paarden op mij als kleine jongen al aantrekkingskracht hadden. Mijn oom had paarden en als er ringsteken in de stad was, ging ik daar graag kijken. Toen ik in 1995 mijn vrouw leerde kennen, nam die interesse toe. Maaike runde met haar familie manege De Hjouwer in Haskerhorne, dichtbij Joure. Zij leerde mij vervolgens paardrijden en zo werd ik geïnfecteerd met het paardenvirus. Op onderlinge wedstrijden reed ik tot en met M1-niveau en heb ik tot op M-niveau gemend. Op een gegeven moment kregen mijn bestuurstaken de overhand en heb ik de paardensport op een laag pitje gezet. Als je deze sport beoefent, moet je het goed doen.’

Verschillende bestuursfuncties

Manege De Hjouwer ondergaat in de jaren negentig tweemaal een verbouwing. De ligboxenstal wordt omgebouwd in een rijhal en hierdoor groeit het klantenbestand aanzienlijk. Door de groei is een tweede hal nodig. Omdat dan ook officiële wedstrijden kunnen worden georganiseerd, ontstaat de behoefte aan een eigen rijvereniging. ‘Ik heb die vereniging op poten gezet en merkte dat bestuurstaken mij goed liggen. Dat viel blijkbaar op, want al vrij snel kreeg ik de vraag of ik in het kringbestuur wilde plaatsnemen. Dat heb ik enkele jaren gedaan en daarna volgde dezelfde vraag vanuit het regiobestuur. Ik heb verschillende functies bekleed. Met een pauze van een paar jaar, omdat de maximale zittingstermijn verliep, ben ik alweer geruime tijd regiovoorzitter.’

‘Als je deze sport beoefent, moet je het goed doen’

In het project MGPNGP wordt in de provincie Friesland de dressuursport naar een hoger plan getild in een symbiose tussen ruiters, trainers en fokkers.

Voldaan gevoel

‘Ik geniet ervan als anderen met hun sport bezig kunnen zijn. Na afloop van het regiokampioenschap, bij ons verdeeld over drie dagen, heb ik altijd een voldaan gevoel, zeker als de complete organisatie is gelopen zoals we het van tevoren hadden bedacht. Dat is de ultieme beloning voor mij. Het streelt ook mijn ego. Helemaal als ik zie hoe blij kinderen zijn om op het kampioenschap te rijden en hoeveel plezier ouders in de sport van hun kind hebben. Soms zie ik volwassen kerels huilen van blijdschap. Dat doet toch wat met je. Ik ben altijd bezig om de organisatie te verbeteren. De laatste tien jaar is er een hoop veranderd en ik denk dat de KNHS met het plan Van hand veranderen de goede kant opgaat.’

‘Als ik tachtig procent van de Friese paardensporters tevreden stel, mag ik mezelf een schouderklopje geven’

De paardensport verandert al

De Fries merkt al dat de paardensport aan het veranderen is. ‘Ik ken de tijd dat de pony’s met de vrachtwagen werden opgehaald en je er met zijn allen een gezellig dagje uit van maakte, alleen maar van de verhalen. We weten allemaal dat het veel individualistischer is geworden. De pony’s gaan mee in de trailer en na de proef gaat men weer naar huis. Bij de FNRS zie je dat die binding met elkaar er veel meer is en dat maakt de sportbeleving totaal anders. Ik vind het heel goed dat de afstand tussen de bond en de individuele paardensporter aan het verkleinen is. Vanaf het hoofdbestuur, met de ledenraad en de werkorganisatie, naar de regio’s, kringen en de verenigingen was het altijd een hele afstand naar het individuele lid. Ik merk dat de paardenliefhebbers veel dichterbij de organisatiestructuur komen te staan en dat is ook de insteek van het eerder genoemde plan.’

Een gezicht naar buiten toe

De Boer is vanwege zijn binding met de manege van zijn schoonfamilie en zijn inzet voor het regiobestuur bij zowel de KNHS als de FNRS betrokken. De official heeft eigen ideeën over de toekomst van beide partijen. ‘Ik wil graag dat voor iedereen duidelijk wordt dat de KNHS de aangewezen organisatie is als men iets over paarden wil weten. De twee organisaties hebben een goede verstandhouding, maar het blijven twee afzonderlijke instanties. Wat mij betreft mogen ze onder één vlag verder, zodat elke paardensportliefhebber bij dezelfde organisatie terecht kan. Het is me dan om het even onder welke naam ze verdergaan. Als ik tegen een buitenstaander over de KNHS begin, weet men niet direct over welke organisatie het gaat. Bij de KNVB weet iedereen dat het om voetbal gaat. Dat besef mag bij de KNHS en de paardensport nog wat meer toenemen. Qua naamsbekendheid is nog een grote slag te maken, zodat iedereen weet wat de bond voor je kan betekenen.

‘De afgelopen jaren hebben wij op de regiokampioenschappen ook een FNRS-kampioenschap georganiseerd. Die samenwerking met de FNRS-bedrijven leverde een FNRS-kampioen van Friesland op. Ik denk dat we een van de eerste regio’s zijn die dat zo doen,’ licht Jos, die in het dagelijks leven technisch specialist bij de marine in Den Helder is, levendig toe.

‘Qua naamsbekendheid kan de KNHS
nog een grote slag maken’

Talentenplan

De regio helpt talent vooruit. In het Jeugdstimuleringsplan krijgen jonge getalenteerde ruiters extra lessen van Friese topinstructeurs om op een hoger niveau te komen. Een van de paradepaardjes van Friesland is ook Mei Grand Prix Nei Grand Prix – in het kort MGPNGP – een talentenplan om de Friese paardensport op een hoger plan te brengen. Zes jaar geleden besloten KNHS Regio Friesland en KWPN Regio Fryslân de handen ineen te slaan. Met het achterliggende idee dat er genoeg talentvolle ruiters in de provincie zijn, maar dat zij voor goede instructie vaak ver moeten reizen en het financieel weleens aan de middelen ontbreekt. ‘De ZZ-Licht is voor veel paardensporters nog wel haalbaar,’ legt Jos uit. ‘De stap naar de Subtop kan groot zijn. In dit talentenplan hebben we ruiters de mogelijkheid gegeven om bij toptrainers te lessen, om zo die stap naar de Grand Prix te maken. Zij geven op hun beurt weer les aan jonge ruiters en deelnemers. Zo ontstaat een olievlek. Veel goede paarden zijn in Friesland geboren, denk aan Totilas en Okidoki. We zijn de samenwerking met fokkers aangegaan, zodat zij hun paarden door goede ruiters kunnen laten opleiden en de betere paarden langer in Friesland blijven.’

Geslaagde eerste editie

De Boer kan als voorzitter van het plan terugkijken op een geslaagde eerste editie. ‘Vrijwel alle deelnemers hebben het hoogste niveau bereikt. MGPNGP 2.0 loopt nu ook lekker door. We hebben de deelnemers benaderd met de vraag wat beter kon. Ik vond het verbazingwekkend dat de deelnemers zelf vonden dat de regels nog duidelijker mochten worden nageleefd. In de tweede editie hebben we nu elk jaar een selectie. Deelnemers moeten zich jaarlijks bewijzen en gaan met elkaar de concurrentie aan. Het kan dus gebeuren dat er iemand van buitenaf komt die beter is en dat bestaande deelnemers afvallen.’

Hoewel het voor een buitenstaander leek dat enkel de dressuursport in Friesland wat achterbleef, bleek in de springrichting een vergelijkbaar talentenplan wat complexer. ‘Een springpaard kan sneller door de niveaus groeien en dan verkocht worden. Maar weinig eigenaren willen een talentvol springpaard voor vier jaar vastleggen. In de dressuursport blijkt het toch makkelijker om die afspraak met de eigenaar te maken. We hebben nog wel geprobeerd om met een korter tijdspad of met losse clinics te werken, maar kwamen tot de conclusie dat het niet werkbaar is. We laten dat gedeelte voorlopig rusten.’

Botsende belangen

Zijn positie als regiovoorzitter geeft De Boer een stem in de ledenraad. ‘Ik zit daar in het belang van de provincie, maar ook in het belang van de KNHS en dat is in de breedste zin van het woord. Die belangen botsen weleens. Een contributieverhoging kan voor de continuïteit van de vereniging bijvoorbeeld nodig zijn. Ik moet alleen wel bepaalde keuzes kunnen uitleggen in Friesland. Dat gegeven is niet voor iedereen even makkelijk. In de toekomst hoeft daarom de afgevaardigde niet de regiovoorzitter zijn, al mag dat natuurlijk wel. In het algemeen denk ik dat de paardensporters in Friesland redelijk tevreden zijn. Iedereen tevreden stellen gaat nooit lukken. Mijn streven is natuurlijk honderd procent tevredenheid, maar als ik tachtig procent van de Friese paardensporters tevreden stel, mag ik mezelf een schouderklopje geven. Ik doe mijn best om het voor iedereen goed te doen.’

‘Na tien jaar voorzitterschap vind ik het tijd voor een nieuw gezicht in Friesland’

Stapje terug

Na geruime tijd uitgemaakt te hebben van het regiobestuur, maakte De Boer afgelopen ledenvergadering bekend dat zijn laatste jaar is aangebroken. ‘Mijn werk neemt meer tijd in beslag. Ik ben geregeld op dienstreis. De kinderen worden ouder en ik wil meer tijd aan hen besteden. Ik vond het regiovoorzitterschap ontzettend leuk om te doen, maar ik vind het ook een functie die veel tijd verdient en daardoor veel energie vraagt. Dat kan niet meer en dus besluit ik om een stap terug te doen. Na tien jaar voorzitterschap is het tijd voor een nieuw gezicht in Friesland,’ rondt de Fries af.