Maarten van der Heijden
Vertrouwen voor de toekomst

Maarten van der Heijden
Vertrouwen voor de toekomst

Maarten van der Heijden | 1966

Maarten van der Heijden (1966, Boxtel) werkt als directeur Topsport bij de KNHS. Daarnaast is hij onder anderen FEI-4*-jurylid, Zware Tour-ruiter en trainer (coach 6 ORUN).

Het is kort na de EK’s springen, dressuur en para dressuur verleidelijk direct terug te blikken op Rotterdam, maar dat kan ik niet zonder eerst naar de eerdere EK’s voor de jeugd te kijken. Op zowel de uitstekend georganiseerde EK’s in eigen land als daarbuiten is zo goed door onze jeugd gepresteerd dat we van het succesvolste EK-seizoen ooit voor de jeugd kunnen spreken! De gouden teammedailles voor de Young Riders en de Children tijdens het EK Springen in De Wolden waren memorabel, en net zo goed de bronzen teammedaille van de Young Riders op het EK Eventing in Maarsbergen, een zeldzaamheid in deze discipline. Met alle teammedailles voor de dressuurjeugd in Italië erbij kunnen we zeggen dat de jeugd het beter doet dan ooit tevoren. Prachtig dubbel individueel goud was er voor Jeanine Nieuwenhuis in de U25 en dan praat ik nog niet over alle overige individuele medailles, ook in andere disciplines. Zo waren er een historische zilveren WK-medaille in de reining voor Young Rider Yessie van der Zwan en de Europese seniorentitel voor de nog altijd jonge Bram Chardon bij het vierspannen.


Aangezien de Young Riders en U25-ruiters op korte termijn de kweekvijver bij de senioren gaan vergroten, bieden deze mooie successen vertrouwen voor de toekomst. Als we kijken naar de cijfers van ons Talentenplan gloort dit perspectief. We zien immers dat de doorstroom van nationale beloften richting de jeugdkaders en vervolgens naar de meer volwassen kaders steeds effectiever is. Een bruggetje naar het senioren-EK is dan vlug gemaakt. Met zowel dressuuramazone Anne Meulendijks als springruiter Frank Schuttert hadden we er twee ruiters bij die in de afgelopen vijf jaar tot Talent van het Jaar zijn benoemd.


De doorstroom van Nationale Beloften naar de jeugdkaders en de volwassen kaders is steeds effectiever

Oog op Tokio

Een van de hoogtepunten in Rotterdam was natuurlijk de zilveren teammedaille in de dressuur. We wisten op voorhand dat we met Zweden en Denemarken gingen strijden om brons en op basis van de resultatenanalyse wisten we ook dat er maar een paar punten tussen die medaille en een vijfde plek zou zitten. Na drie jaar met lege handen is het heel mooi om weer op het podium te staan. Door pech van anderen werd het zelfs een nog mooiere kleur medaille. Natuurlijk is het spijtig voor Charlotte Dujardin, maar dit hoort bij topsport en we hebben het zelf ook meegemaakt in het verleden. Met het oog op de Olympische Spelen van volgend jaar weten we dat er nog jonge paarden aankomen. Een beetje afhankelijk van wat de Verenigde Staten gaan doen, kunnen we ook in Tokio voor een medaille strijden.

Dan het geweldige goud voor de para ruiters. Zij stonden een paar jaar geleden duidelijk achter Groot-Brittannië. Vorig jaar kwam in Tryon de kentering en bleef het team voor het eerst in de historie de Britten voor. Dat was nipt. Dit keer was het verschil zelfs zes procent. Als deze combinaties in vorm blijven, kunnen ze heel mooie dingen doen in Tokio.

Bij het springen kunnen we niet anders concluderen dat de behaalde teamplek teleurstellend is. We weten dat we veel goede springruiters en een heel goede bondscoach hebben, maar nog niet op alle vlakken de toppaarden. Sterrehof’s Calimero deed wel in de top mee en voor Dana Blue en Lyonel D geldt dat ze de potentie hebben, maar nog wat ervaring missen. Met een jaar erbij en mogelijk nog een goed paard extra kan het dubbeltje zomaar de andere kant op rollen. In Rotterdam was het helaas niet goed genoeg. Daar moeten we eerlijk in zijn.

Prachtige sport

In algemene zin was de sport bij het springen, zoals bij de andere disciplines, prachtig. Compliment ook aan Louis Konickx voor zijn geweldige parcoursbouw. De organisatie had het in Rotterdam super voor elkaar en de vertegenwoordigers van de FEI en hoofdsponsor Longines waren zeer te spreken over dit kampioenschap. Het grootste kritiekpunt dat ik heb gehoord was dat mensen het promodorp wat ver weg vonden. Wel was dit een heel mooi strodorp, prachtig gelegen aan de plas, met mooie optredens en huldigingen. Tegelijkertijd vind ik dat we soms snel zeuren. Op het EK in Gothenburg moest je twintig minuten lopen van het stadion naar het strodorp en op de WEG in Caen was het nog verder weg. Het is dus maar net waar je het mee vergelijkt. Om de drie EK-disciplines tegelijkertijd te kunnen verrijden moesten wat concessies worden gedaan richting publiek en commercie. Belangrijk is dat prachtige sport de hoofdrol heeft kunnen spelen op dit mooie EK, op een logistiek wellicht uitdagende locatie, maar wel mooi in het hart van de stad. We mogen terugkijken op een zeer geslaagd evenement!