5 VRAGEN AAN

Gert Naber

Teammanager van de KNHS Academy, Technical Delegate in eventing voor de FEI, eigenaar van het ouderlijk bedrijf, trouwe supporter van succesvolle vrouw en dochters in de sport. Nee, paardensportdier Gert Naber zit niet graag stil en werkt graag aan de sport. ‘Drie weken in een warm land is niets voor mij.’

Gert, hoe ziet jouw dagelijks leven er eigenlijk uit?

‘Ik ben geboren op een boerderij met tarwe en suikerbieten, later paarden. Het is mijn ouderlijk bedrijf en ik woon er al vijftig jaar. Thuis heeft Alice een trainingsstal voor mens en paard. Daaromheen moet van alles gebeuren op het terrein. Machinerie, heggen snoeien, gazons bijhouden, hindernissen uitbreiden, maaien, een keer met de sleep rijden op de trekker. Dat vind ik heel fijn naast mijn kantoorbaan en het is ook goed voor het hoofd. Op dit moment ben ik bij de KNHS teammanager van de afdeling Opleidingen, die we nu de KNHS Academy noemen. Daarnaast ben ik in mijn vrije tijd Technical Delegate voor de FEI op internationale eventingwedstrijden en geef ik cursus voor de FEI om nieuwe TD’s op te leiden.’

‘Ik ben erg betrokken bij mijn werk’

Wat voor rol spelen de paarden in je leven?

‘Mijn moeder reed vroeger al. Ik heb nog een krantenknipsel bewaard van dat ze in 1961 de snelste was in de cross in Zuidlaren. Wij reden al snel pony. Nu we zelf veel met onze twee dochters Leida en Jantien op pad zijn, waardeer ik nog veel meer wat mijn ouders allemaal deden voor ons. Vroeger bleef je voor de afsluitende parade, dus zij waren soms hele dagen met ons weg. Ik hoop dat ze er net zo veel lol aan hebben beleefd als ik nu. Ik vind het hartstikke leuk om met Alice en met de meiden mee te gaan. Ik heb veel gereden, ook internationaal, vooral springen. Ik heb toen toch een serieus vak gezocht.’ (lacht) ‘Ik deed de Hogere Landbouwschool en daarna de Stoas lerarenopleiding. Vervolgens ging ik in het bedrijf werken met mijn vader, maar dat vond ik zo eenzaam. Ik solliciteerde als beursmakelaar in Amsterdam en werd direct aangenomen. We handelden op de beurs in agrarische termijncontracten. Dat heb ik vijftien jaar gedaan. Het was hectisch werk, vooral het verhandelen van de aandelen op de beursvloer in snel bewegende markten. Als ik in de trein stapte, was ik het kwijt. Ik werd ook nooit ’s avonds gebeld. Dat kan ik nu niet meer zeggen. Veel mensen zijn actief in de sport buiten kantooruren. Daar moet je je op instellen. Dat is nu eenmaal zo. Vaak is het ook fijn als je iets kunt betekenen. Op mijn werk daar praatte ik nooit over mijn sport. Ik weet nog dat ik Nederlands kampioen eventing was geworden in Boekelo. Ik stond paginagroot in het AD. Een collega zei: “Huh? Dat ben jij toch? Ik wist niet helemaal niet dat je op dat niveau reed.” Ik zei: “Dat heb je ook nooit gevraagd.”

Paarden binden mensen. Als je twee mensen met een paard bij elkaar zet, hebben ze meteen een gesprek, ongeacht hun verdere achtergrond. En dat gesprek houdt ook niet op. Het paard is onvoorspelbaar en er zit geen gebruiksaanwijzing bij. Paarden hebben ook dat ongrijpbare dat maakt dat je altijd moet blijven leren. Hoe goed je ook bent, een volgende keer kun je weer onderaan staan. Dat vormt mensen wel en leert ze met tegenslagen om te gaan. Het succes in deze sport is niet te koop. Je bent altijd afhankelijk van het dier en het moment.


Ik geniet gewoon van paarden, van allerlei soorten paarden. Ik heb ook iets met trainen. Van één keer per week naar het bos word ik niet blij. Ik wil echt iets hebben om aan te werken. Ik wil iets doen en hem beter maken. Het is ook mooi om te zien hoe een paard zich ontwikkelt als je ermee bezig bent. Hij wordt makkelijker, gehoorzamer, elastischer. Dat vind ik heel leuk. Om me heen zie ik ook veel onbegrip over hoe je het beste met paarden kunt omgaan. Een paard heeft belang bij een duidelijke leider. Als hij vandaag iets mag en morgen niet, is dat verwarrend voor het dier. Dat kan ook problemen veroorzaken.

Toen ik stopte met internationaal eventing rijden, wilde ik toch iets blijven doen in de sport, iets uitdagends. Ik ben sinds drie jaar Technical Delegate level 3. Dat betekent dat ik ook de drie- en viersterrenwedstrijden mag doen. De rol is omvangrijk en vergelijkbaar met wedstrijdleiding. Ik ben eindverantwoordelijk voor het technisch verloop van de wedstrijd. Ik zorg dat de onderdelen op tijd zijn ingepland, dat de stewards een rooster hebben, dat de keuringsplek goed is, dat de hindernissen goed staan en op hoogte zijn, dat de cross voldoet aan de richtlijnen van de FEI. Als iemand valt en een ambulance moet komen, leg ik de wedstrijd stil. Ik doe niet alle taken allemaal zelf, maar heb een team aan wie ik leiding geef. Ik bekijk of alles volgens de procedures verloopt. Ik werk niet voor de wedstrijdorganisatie maar ben gedelegeerd door de FEI, vandaar de naam.’

‘De KNHS Academy moet nog meer lading krijgen samen met onze profs’

En hoe is de KNHS op je pad gekomen?

‘In het begin van de fusie die de KNHS vormde, had ik zitting in de ledenraad als voorzitter van de Samengestelde Wedstrijd Vereniging. Dit was in 2002. Ik werd gevraagd of ik in dienst wilde komen. Ik dacht, dat is mooi. Dan heb ik minder reistijd per dag en houd ik meer tijd over om te rijden. Maar het liep een beetje anders.

In mijn vorige functie werkte ik bij Sportontwikkeling. Dan zit je echt dicht op de sport. Als afdeling ben je de Haarlemmer olie van de eventingsport. Wij moeten de antwoorden hebben en als ze er nog niet zijn, moeten we ze samen vaststellen. Je bent eigenlijk de specialist van een discipline. Belangen scheiden gaat me goed af. Een functie bij Topsport is voor mij niet mogelijk en ik ga als Technical Delegate naar andere wedstrijden dan Alice.’

Waar leg jij de focus op? Waar maak jij je hard voor?

‘De KNHS Academy moet nog meer lading krijgen en mijn rol is om dat meer van de grond te tillen. Onze corebusiness zijn de instructeursopleidingen. Die zijn voor de paardensport ook het allerbelangrijkst. We hebben mensen nodig die iets kunnen overbrengen, die vakman zijn, die heel goed weten hoe je paard moet rijden. En dat laatste is niet anders dan vroeger. Accenten verschuiven wel, maar dat is in wezen hetzelfde als het was. We hebben een tijd geprobeerd om die opleiding deels in te vullen met zelfstudie, maar daar zijn we van teruggekomen. Ze moeten in de baan staan, lesgeven, zelf rijden. Wat me persoonlijk bijstaat van de opleiding is dat je ook zo veel leert van elkaar. De een is goed met nerveuze paarden, de ander beter met een flegmatiek dier. Door daarover van gedachten te wisselen, door over paarden te praten en tips en tricks uit te wisselen, kom je verder. Intervisie is een belangrijk onderdeel geworden van de opleidingen. Kennisoverdracht vind ik het belangrijkste op dit moment. We hebben een aantal grootheden in de paardensport die we hiervoor moeten inzetten, bijvoorbeeld in het videoplatform waar we aan werken. Daar wil ik me sterk voor maken. De profs vinden hun weg wel, maar een heel grote groep kan nog veel meer opsteken van topruiters. Ik zou graag zien dat we die profs nog beter en meer inzetten om die kennis over te dragen. Sommige staan daar niet om te springen en zijn bescheiden. Of ze twijfelen aan hun didactische vaardigheden. Dan is het aan ons om dat in een vorm te gieten die werkt. We zijn wereldwijd leidend. Overal waar je paarden ziet, kom je Nederlanders tegen, in zowel de fokkerij, de sport als de handel. Daar zit heel veel kennis en die mag niet verloren gaan. Het lastige is dat onze echte toppers het heel druk hebben. Die moeten zich wel vrij willen maken. Het is ook een uitdaging om met zijn allen te bepalen wat ‘de Nederlandse School’ dan is. Hoe vinden we nou met zijn allen dat we moeten rijden? Die consensus bereiken is niet eenvoudig. Dat legt natuurlijk dingen bloot. In het KNHS Trainersplatform moet naar mijn idee die basis worden besproken.’

Wat zie jij als de grootste successen?

‘Dat we met onze instructeursopleidingen zijn teruggegaan naar bijwoning van avonden en lessen, waarin volop ruimte is voor uitwisseling en discussie. Instructeur zijn is een ervaringsvak dat in het veld wordt geleerd. Dit was al in gang gezet voordat ik deze functie vervulde en ik beschouw dat als essentieel. Ik vind het ook heel positief dat we onze relatie met scholen aanscherpen. ORUN is onze norm. Iemand met een ORUN-diploma moet dus ook voldoende vlieguren in het rijden en lesgeven gemaakt hebben. Je kunt de opleiding natuurlijk afsluiten op verschillende niveaus en die moeten dan duidelijk zijn voor alle partijen. Ik zet me graag in voor dit alles. Ik ben erg betrokken bij mijn werk. Ik ben er veel mee bezig en doe het graag. Ook in het buitenland lees ik elke dag mijn e-mail. Drie weken niks doen in een warm land, dat zie ik niet zo zitten. Dan mis je zo veel leuke dingen. De wedstrijden, de paarden, thuis.’