ONDERHOUD RUITERPADEN

Over noodzaak bij Staatsbosbeheer en de rol
van de KNHS

Waar in het verleden Staatsbosbeheer het onderhoud van ruiterpaden zelf verzorgde in zijn gebieden, ligt dat tegenwoordig duidelijk anders. Willen ruiters gebruik blijven maken van bestaande routes, dan moeten de handen uit de mouwen worden gestoken. Anders gaan de routes op slot. Dat is de duidelijke boodschap van Joanie van Esch, recreatieadviseur en landelijk aanspreekpunt voor ruiters bij Staatsbosbeheer. Gelukkig zijn er al mooie voorbeelden van lopende projecten, waar ook de KNHS bij betrokken is.

Vermoedelijk gaan de meeste ruiters er nog vanuit dat Staatsbosbeheer het onderhoud wel regelt in de bossen. Maar waarom is dat niet meer?

‘Heel veel mensen hebben geen weet van de veranderde situatie. Het heeft ermee te maken dat het natuurbeleid in 2014 is overgeheveld van het Rijk naar de provincies. Daarmee is het geld dat Staatsbosbeheer kreeg voor beheer en onderhoud, van recreatievoorzieningen naar de provincie gegaan. Onder de streep komt het erop neer dat we in totaal 70% zijn gekort op ons budget voor recreatieve voorzieningen. Dat is serieus. We krijgen nu slechts 33 euro per hectare per jaar van de provincies voor recreatie. Daar kunnen niet meer alles van onderhouden zoals we dat vroeger deden. Toch houden we voor veel gebieden wel een ambitie. Van die gebieden wordt veel gebruikgemaakt, dus daar ga je niet zomaar alle recreatievoorzieningen schrappen. We focussen echter vooral op wandelen en fietsen. Dat zijn veruit onze grootste gebruikersgroepen. We hebben bezoekersonderzoeken uitgezet in allerlei gebieden en daaruit blijkt dat in de meeste gebieden 60 tot 80% komt om te wandelen en ongeveer 40% komt om te fietsen. Paardrijden gaat van niets tot maximaal 3%. Dat is dus een veel kleinere groep. Daarnaast is de openstellingsbijdrage van de provincies, oftewel de overgebleven subsidiëring voor beheer en onderhoud, eigenlijk alleen bestemd voor wandelen en fietsen.’

Kortom, er blijft niks over voor de ruiters?

‘Als je het heel sec zou bekijken, zou je zeggen er is niks voor de ruiters. Dat is de reden dat we momenteel kijken naar alle plusvoorzieningen, oftewel alle voorzieningen waar de openstellingsbijdrage geen dekking voor geeft. Hoe kunnen we het anders financieren of organiseren? Dus niet rücksichtslos schrappen, maar kijken of we iets samen met de gebruikers kunnen doen. Een heel mooi voorbeeld zijn de MTB-routes in onze terreinen. Daar zijn eigenlijk de mountainbikeverenigingen van begin af aan bijna overal bij betrokken geweest. Inmiddels worden praktisch alle routes onderhouden door de verenigingen zelf. Wij sluiten een overeenkomst met hen af en zij mogen die routes op hun kosten aanleggen en verzorgen ook het onderhoud. Die verenigingen hebben vaak een lokaal netwerk, bijvoorbeeld een plaatselijke fietsenhandelaar, en die doneren dan om het onderhoud mede in stand te houden. Tot nu toe functioneert dat goed.’

Met de moutainbikers lijkt het dus goed te werken. Hoe loopt dit traject met de ruiters?

‘Een vraag die voor ons volgde was hoe om te gaan met de ruiterpaden die in onze gebieden liggen. Ook dit is een relatief kleine groep en in sommige gebieden liggen wel heel veel ruiterpaden. Dan moet je serieus kijken of dat overeenkomt met de vraag. Zijn er wel voldoende ruiters in de omgeving die daar gebruik van maken? Er zijn gesprekken geweest met de KNHS en daar is onder meer het project ‘Adopteer je bos’ uit gekomen. We merkten dat ruiters niet zo genegen zijn om zich te verenigen, zoals je ziet bij de MTB-verenigingen. Met de ruiters moeten we dit dus anders organiseren en naar het zich laat aanzien zal dat meer aan de hand van natuurwerkdagen gebeuren. Deelnemers hieraan krijgen dan een aantal keer per jaar een soort oproep om te helpen bij het onderhoud van de ruiterpaden. Dergelijke dagen zijn dit jaar geweest in Dwingelderveld en op de Hondsrug. Overigens noemen de boswachters het project daar liever ‘Adopteer je route’. Je adopteert immers niet een heel bos, maar bekommert je om een specifieke route. Daar zijn best wat mensen op af gekomen. Ik heb van de boswachter van Dwingelderveld begrepen dat de mensen met een gebruikersgroep op social media werken en dat op die wijze allerlei ruiters uit de omgeving worden gemobiliseerd.’

Wat houdt dat onderhoud concreet in?

‘Waar je naartoe wil, is dat de paden echt onderhouden worden. Dan moet je denken aan snoeien, gaten vullen, het vlaktrekken en de paaltjes goed zetten of zichtbaar maken. Dat alles zodat het ruiterpad goed begaan blijft. Het hoeft natuurlijk geen geplaveid pad te zijn. Het blijft wel rijden in de natuur, maar een situatie moet ook niet gevaarlijk zijn. Veiligheid staat wel voorop. En als je dit drie tot vier keer per jaar kunt organiseren, kunnen we voor ruiters de paden blijven aanbieden in onze gebieden. Maar op het moment dat de omgeving helemaal niet genegen is om te helpen zullen we uiteindelijk ruiterpaden moeten opheffen. Als we dit niet samen kunnen doen, is er blijkbaar ook geen behoefte aan of vraag naar.’

Maar dan moeten mensen zich wel eerst bewust zijn van de huidige situatie.

‘Ja, het waarom moeten wij natuurlijk heel duidelijk vertellen. En als je dat verhaal vertelt – zo heb ik een keer in Zuid-Limburg hierover een presentatie gegeven – snappen de mensen het goed. Staatsbosbeheer doet dit niet omdat ze geen ruiters meer in zijn gebieden wil. Nee, wij hebben hier geen financiering meer voor. Dat is niet leuk bij iets wat je altijd hebt aangeboden, maar als je 70% minder bijdrage krijgt, moet je keuzes maken.’

Gebeurt het onderhoud in nauwe samenwerking met Staatsbosbeheer of is het vooral aan de mensen zelf?

‘De mensen doen het onderhoud zelf, maar je maakt er samen wel een leuke dag van. De boswachter is erbij en er worden afspraken gemaakt wat er gaat gebeuren. We hebben een FSC keurmerk voor onze bossen en daarmee moet je ook voor het werken in de bossen aan allerlei voorwaarden voldoen. Daar moet wel rekening mee gehouden worden.

‘Belangrijk is dat je een initiatiefnemer hebt die dat alles richting de vrijwilligers coördineert. Op de Honds-rug was dat een grote manege. Die mensen willen daar tijd en energie in stoppen om zo’n dag te organiseren. Met dat in het achterhoofd heb ik nu in Brabant overleg met de KNHS en de regioconsulenten om ‘Adopteer je bos’, of beter ‘Adopteer je route’ uit te rollen. We kijken graag of de KNHS-regioconsulenten hier een rol in kunnen spelen.’

En als iemand dit in een bepaald gebied wil oppakken, kan hij zich melden bij Staatsbosbeheer of bij de KNHS?

‘Ja, beide opties. Vanuit Staatsbosbeheer kan dat via de boswachter van het gebied. Die vind je op onze website. De KNHS speelt hierin een belangrijke rol. Ik stem het nodige af met Wilma Plaisier (projectmedewerker recreatiesport bij de KNHS, red.) en de regioconsulenten. Veel gebeurt ook lokaal. Dat zie je in Dwingelderveld. Daar loopt het allemaal via die gebruikersgroep en niet iedereen die hieraan deelneemt, is lid van de KNHS. Het spreekt wel voor zich dat de KNHS als overkoepelende organisatie een belang heeft bij de activiteiten om de routes open te houden. We hebben een goede samenwerking met de KNHS en dat werkt prettig. Het verhaal waarom hier een noodzaak is, moet goed worden verteld. Nogmaals, het is niet omdat we niet willen, we kunnen niet anders.’

Kan er nog wat vanuit de provincies gebeuren?

‘Dat is vooral een politiek verhaal. Ook daarin kan de KNHS een rol spelen door zich op de politiek te richten. Ik weet dat in Zuid-Holland een motie of een besluit is aangenomen, waarin staat dat drie miljoen euro wordt vrijgemaakt voor ruiterroutes.’

Wanneer moet het onderhoud in een gebied geregeld zijn voordat Staatsbosbeheer routes gaat afsluiten?

‘We hebben als deadline 1 januari 2020 in ons achterhoofd. Dan moeten we weten in welke gebieden dit allemaal gaat lukken.’

‘Rijden in de natuur is geen recht, maar een gunst’

KNHS-regioconsulent Jaap van den Ende is een van die initiatiefnemers, aan wie Joanie van Esch refereert. Van den Ende is nauw betrokken bij het onderhoud van de paden in het gebied rondom Kootwijk, al blijft hij zelf bescheiden over zijn rol. ‘Het is natuurlijk een gezamenlijk verhaal en een gezamenlijk belang. Alleen, als iedereen naar elkaar blijft kijken, gebeurt er natuurlijk niks. Dus zijn er mensen die op een gegeven moment wat meer doen dan anderen,’ aldus Van den Ende.


Creatieve ingeving

Het rijden in het afwisselende natuurgebied rondom Kootwijk in de Midden Veluwe gaat de regioconsulent duidelijk aan het hart: ‘Je hebt hier ongeveer 150 kilometer aan paardenpaden zonder dat je wegen kruist. Als je er woont en je bent gebruiker van die paden, wil je dat dit alles zo mooi mogelijk blijft. Ik merkte dat bij Staatsbosbeheer minder aandacht was voor de paardenpaden en heb toen een boswachter aangesproken. Duidelijk werd dat een beperkte pot met geld beschikbaar was en dat de boswachter ook niet wist hoe hij dat met de paardenpaden moest oplossen. Ik heb toen voorgesteld om samen de paden af te gaan en te kijken naar de situaties ter plaatse.’ Aldus geschiedde. Van den Ende ging op pad met de boswachter en er volgde een creatieve ingeving. ‘Het idee ontstond om als er geen geld was voor onderhoud, de bredere ruiterpaden langzaamaan een beetje dicht te laten groeien tot ruitersporen en de naastgelegen weg, zeg maar het zandpad van Staatsbosbeheer, te gebruiken als menroute. Dat bleek een mogelijkheid en het was fijn dat de boswachter hierin meedacht.’

Van den Ende attendeerde ook de ondernemersvereniging van Kootwijk op de situatie. Hij vertelt: ‘Vanuit het Van der Valk-hotel De Cantharel, dat aan het gebied zit, ontstond ook een initiatief. Dat kwam met het idee om bordjes te plaatsen overeenkomstig met het bestaande knooppuntensysteem, zoals dat met nummers op kaarten stond weergegeven. Dat was akkoord voor Staatsbosbeheer. Het hele gebied is nu voorzien van knooppuntenindicaties, waardoor het prachtig is om er te rijden.’


Andermans terrein

Al deze acties werden duidelijk gewaardeerd, maar het reguliere onderhoud voor de langere termijn bleef een probleem. Als dit niet door de mensen zelf werd gedaan, moesten de routes alsnog dicht. Van den Ende: ‘We hebben gesproken met de ondernemersvereniging en met Staatsbosbeheer. Er zijn nog wat juridische, formele hobbels te nemen, maar we hebben gezegd: “Laten we samen met de ondernemersvereniging alvast gewoon beginnen.” Zij hebben veel gebruikers uit Kootwijk uitgenodigd en we gaan het eenvoudige snoeiwerk en veiligheidsinspecties naar bomen die dreigen om te vallen oppakken. Er komt een opsnoeidag in het najaar, waarvoor iedereen wordt uitgenodigd. We mogen dan de keet gebruiken van Staatsbosbeheer, met zagen, scheppen en dat soort dingen. 65 mensen kunnen aan het werk gehouden worden en we kijken of we na afloop nog iets gezelligs met zijn allen kunnen doen, zoals een barbecue. Op deze wijze proberen we het hele gebied te behouden.’

De KNHS-regioconsulent erkent dat bij een project als dit creativiteit en flexibiliteit nodig zijn aan beide kanten. Hij zegt: ‘Ruiters moeten beseffen dat rijden in de natuur geen recht is, maar een gunst. Je rijdt op andermans terrein en daar mag best wat tegenover staan als je er niet voor hoeft te betalen en in het gebied woont. Als je een keer een middag helpt snoeien, zijn de paardenpaden weer voor een hele tijd in orde.’