Cees Roozemond
‘We doen het wel
met zijn allen’

Cees Roozemond | Rotterdam, 1959

Cees is ondernemer en ervaren bestuurder. Van 2005 tot 2014 was hij voorzitter van de KFPS en van 2008 tot 2010 bestuurslid van de Sectorraad Paarden. Cees vervult ook andere voorzittersfuncties, onder andere van Stichting het Paard van Friesland en van de raad van commissarissen van Thialf. Tot voor kort was hij eigenaar van Stal Groeneweg in zijn woonplaats Bergen.

‘Van oorsprong kom ik niet uit de paarden. Ik heb voor een internationale handelsonderneming als expat lang in Midden en Zuid-Amerika gewerkt en gewoond, in El Salvador en Venezuela. Daar zijn onze kinderen ook geboren. Venezuela was destijds het vierde rijkste land ter wereld. Toen we terugkwamen naar Nederland in 1997 vanwege de volgende schoolfase voor de kinderen, ben ik in de Rotterdamse haven begonnen met de verhuur van containers. Onlangs heb ik mijn bedrijf daar weer verkocht. Ik had eerder al zeventien jaar in Rotterdam gewoond en kom daar ook vandaan. Mijn ouders huurden in de wintertijd altijd een huisje in Friesland en in de zomer voeren we er vaak. Vakanties en weekenden was ik zo in Friesland. Daar ontstond ook de liefde voor het Friese paard. Mijn vrouw is een paardenmeisje en zij zei: “Als we teruggaan naar Nederland, zou ik wel een Fries paard willen.” Van het een kwam het ander en dat ene paard werden er negen. Zo gaat het altijd met paarden.


Ik had recent wat meer vrije tijd met vooral bestuursfuncties, waarin ik me bijvoorbeeld bezighield met het Friese paard van dertig meter hoog dat aan de Afsluitdijk moet komen. De financiering is bijna aan de kritieke grens om een start te kunnen maken en we hopen binnenkort de volgende stap te zetten. Nee, stilzitten kan ik niet, dat is duidelijk. Toen werd ik benaderd voor deze functie. Mijn vrouw zei: “Dat moet je altijd doen. Het is een prachtige vereniging.” Ik ben eens gaan praten en ik kreeg er zin in. We staan voor wat uitdagingen en daar hou ik wel van.


Ik ben nu een paar weken bezig en ben veel aan het kennismaken en praten en vooral luisteren. Theo heeft in negen jaar prima werk verricht in een tijd dat dat hard nodig was. Het is jammer dat er in zijn laatste maanden als voorzitter nogal wat reuring was. Dat wil je liever niet en dat verdient hij ook niet. Ik ken Theo ook goed van de Sectorraad, dus we spreken elkaar geregeld. De zittingstermijn vind ik wat lang bij de KNHS. Twee keer drie jaar is eigenlijk voldoende. Ik merkte aan mezelf dat je moet oppassen dat het geen routine wordt. Ik ben nu vijftien jaar bestuurder en ik heb moeten leren om mezelf aan de lijn te houden. Ik ben echt een bestuurder op hoofdlijnen. De governancestructuur die er ligt, moet je respecteren. Ik moet mijn werk goed doen als bestuurder en niet te veel over de lijn heen gaan. Dan bestaat het risico dat je je mengt in dingen die je zelf moet beoordelen en dat is niet de bedoeling. Het kan wel eens nodig zijn om je meer of langer te verdiepen in iets, maar je moet altijd zorgen dat je weer terug kruipt in die bestuurdersrol.


Geen vereniging zonder kritiek. Paarden en geld en emotie zijn niet altijd een makkelijke combinatie. Ik vind dat meteen ook het mooie, als het maar met respect is. Ik heb bij de Friezen discussies gevoerd op het scherpst van de snede. Dat scherpt mij ook weer als bestuurder. Die ga ik dan ook niet uit de weg.

Ik word blij van mooie paarden
en evenementen.

Ik word blij van mooie paarden en evenementen. Ik vergeet nooit dat ik op de Wereldruiterspelen was in Kentucky en Edward Gal zijn onvergetelijke Kür reed met Totilas. Een score van dik in de negentig procent en duizenden mensen die een staande ovatie gaven. Kippenvel. We moeten een platform creëren waarop topsport mogelijk is en die kan niet zonder de breedtesport. Daar komen we allemaal vandaan. Dat is zo in elke sport.

Ik ben dertig jaar samen en 28 jaar getrouwd met mijn vrouw en we hebben een heerlijk gezin met drie volwassen kinderen die het goed doen. Als die basis er is, dan kun je veel. Je moet hier wel naartoe rijden met de rust in je lijf en hoofd. En er zin in hebben. De mooiste uitdaging vind ik om het met zijn allen te doen, als team. Ik doe het niet alleen. Ik ben zeer afhankelijk van mijn medebestuurders. Ik ben ook niet zo van de titels. Daar krijg ik een beetje de kriebels van. Als je het daar van moet hebben. Als het lukt, geeft dat zo veel plezier en voldoening. Ik ben wel wat gewend. Bij Thialf bijvoorbeeld was 55 miljoen geïnvesteerd in een nieuw ijsstadion. Dat gaf wel wat reuring, maar we hebben toch maar een mooi stadion neergezet en de mensen zijn tevreden. Dat kan alleen met een team.


In 2004 had het Fries stamboek wat problemen en ik werd benaderd voor een bestuursfunctie. Dat heb ik negen jaar met heel veel plezier gedaan. We stapten destijds bij het KFPS in op een dieptepunt, met zeven nieuwe bestuursleden. Soms dachten we, waar zijn we aan begonnen? Ik heb alle mazzel van de wereld gehad dat we elkaar zo goed lagen en zo’n fijn team hebben gecreëerd. Daar zijn ook vriendschappen uit ontstaan die nog steeds voortduren. We hadden een chemie samen en hebben echt wat neergezet. Dus eigenlijk ben ik gewoon toch een paardenjongen geworden.’