5 VRAGEN AAN

Ledenraadslid
Geert van Wijlick

‘Met de naam Van Wijlick in Limburg ben je bij geboorte al besmet met het paardenvirus. Ik heb altijd paarden om me heen gehad.’ Even kennismaken met Geert van Wijlick (54), sinds februari 2015 in de ledenraad.

En hoe passen de paarden in jouw leven, Geert?

‘Met de naam Van Wijlick in Limburg ben je bij de geboorte al besmet met het paardenvirus. Ik ben geboren in een paardenfamilie en heb altijd paarden om me heen gehad. Eind jaren zestig ben ik bij de ponyclub binnen gehobbeld. In die tijd moest je nog op voor de startkaart. Het was opgroeien vanuit de ponyclub en doorstromen naar de paarden, zoals zo velen. Ik heb wedstrijden gereden tot ik een jaar of 35 was. Ik heb een paard en les nog steeds bij de vereniging. Een of twee keer per week maak ik met mijn vrouw Wilma, die een Tinker heeft, een bosrit. Mijn paard is zestien jaar oud, een Obelisk x Wolfgang. Een heel fijn rustig paard. Dat moet oo. Ik wil wel wat rond kunnen kijken en kunnen kletsen. Wilma en ik hebben een samengesteld gezin met mijn twee dochters van 25 en 21 en haar zonen en 21 en 18, maar die staan veelal al op eigen benen. We hebben elkaar ook ontmoet via kennissen in de paardenwereld.’

‘Weet dat je in een vereniging reuring krijgt bij verandering,

maar vertrouw erop dat het weer in balans komt’

En toen kwam die ledenraad op je pad. Hoe ging dat?

‘Bij P.C. Die Sevenrijders en L.R. Bucephalus ben ik in het bestuur gekomen omdat ik de juryleden regelde. Dat heb ik zestien jaar gedaan en ik ben ook voorzitter geweest. Daarna volgde het voorzitterschap van het kringbestuur en van de regio. Dat laatste doe ik nog steeds. Ik ben nog wel lid van de vereniging, maar geen bestuurslid meer. Dat is zuiverder als je in het regiobestuur zit. Van daaruit was het een logische stap naar de ledenraad. Ik draag graag mijn steentje bij en wil iets betekenen voor de sport.’

Wat breng jij mee in de ledenraad?

‘Omdat ik uit een paardenfamilie kom en mijn hele leven al op wedstrijden rondloop, heb ik goed in beeld wat de paardensporter wil. De laatste jaren heb ik door mijn recreatieve activiteiten ook aansluiting met die groep ruiters. In mijn werk denk ik commercieel en ik begrijp dat leden denken, wat krijg ik ervoor terug? Daar let ik ook op. Zo ben ik opgevoed en zo zit ik in elkaar. Als je betaalt, moet duidelijk zijn wat er tegenover staat. Die 21 euro is niet spannend als je het gevoel hebt dat het geld rendeert. Ik ben nogal direct, al is dat niet altijd even handig, hoor ik wel eens. Ik neem graag het voortouw in mijn mening geven en ben vrij standvastig daarin. Ik kan het wel altijd goed onderbouwen. Dat is ook nodig. Ik volg de nieuwe sociale media, maar daar zomaar mijn mening verkondigen, daar schiet ik niks mee op.’

‘Ik ben nogal direct, al is dat niet altijd even handig, hoor ik wel eens’

Wat drijft jou? What’s in it for you?

‘De voldoening dat ik zie dat de wedstrijdruiter op de lange termijn met plezier sport en competitie kan bedrijven tegen een betaalbare prijs. Daar ga ik voor. Dan heb ik het niet over de topstal, maar juist de grote groep daaronder, de ruiter van BB tot ZZ die met zijn of haar eigen paard alles zelf bekostigt. Faciliteren van de moderne wedstrijdsporter, zeg ik altijd, dat is mijn passie. Hoe binden we ruiters aan de KNHS? Persoonlijk ben ik voor lagere startpaskosten. Het startgeld per start gaat dan omhoog en het algemene jaargeld is er dan af.’

Wat vind jij de successen van de ledenraad?

‘Ik heb in de commissie deregulering gezeten, die de sport makkelijker en toegankelijker moest maken. Dat vind ik een succes. Het loslaten van het inschrijfgeld en de wedstrijdkalender gaf veel reuring. Na een jaar hoorde ik niks meer. Weet dat je in een vereniging reuring krijgt bij verandering, maar vertrouw erop dat het weer in balans komt. Dat is belangrijk. Durven veranderen en meegaan in de vragen die sport stelt. Regels moeten er zijn, maar het moet te veel een keurslijf worden.’